Patara
Patara, de hoofdstad van de Romeinse provincie Lycie. Patara zou zijn gesticht door Patarus, een zoon van Apollo, op een heuvel ten noordoosten van de haven Tepecik, en zou al in het tweede millennium v.Chr. hebben bestaan, toen het Hittitische Rijk over een groot deel van het huidige Turkije heerste. De oudste vondsten dateren uit het derde millennium v.Chr. en zijn opgegraven op de heuvel Tepecik. De stad bezat een vermaard orakel van Apollo dat volgens de overlevering even belangrijk was als dat in Delphi.
De Hittieten noemden de stad Patar. Overigens werd de stad door veel schrijvers uit de oudheid genoemd, waaronder Livius Polybius, Cicero en Plinius. Ptolemaeus II noemde het “Arsinoe”. Patara was dus de belangrijkste zeehaven van Lycië.
Na verschillende andere heerschappijen werd Patara in 43 n.Chr. officieel door het Romeinse Rijk geannexeerd en bij Pamfylië gevoegd.
Door zijn strategische ligging aan de oostelijke zeewegen van de Middellandse Zee, waar de scheepvaartroutes naar het oosten en westen, noorden en zuiden elkaar kruisten, groeide Patara uit tot een van de belangrijkste havensteden van Zuidwest-Anatolië.
Geboorteplaats van Nicolaas
Rond 270 - 275 n. Chr. werd Nicolaas geboren in Patara, In die tijd telde Patara ongeveer 15.000 inwoners.
Tijdens het leven van Nicolaas raakte de haven verzand en verloor de stad geleidelijk aan haar belang. Sindsdien hebben zandduinen een groot deel van de stad geleidelijk bedekt. De opvallende Romeinse ruïnes zijn afkomstig van bouwwerken die Nicolaas bekend zullen zijn geweest. De christelijke gemeenschap waartoe zijn familie behoorde, is mogelijk gesticht door de apostel Paulus, die alhier aan boord van een schip ging tijdens zijn derde zendingsreis. Hier stapte hij rond het jaar 56 n. Chr. met zijn metgezellen over op een ander schip om zijn reis naar Fenicië te vervolgen.
Er zijn weinig historische bronnen die ons kunnen verder helpen. De namen van zijn ouders zijn een vermenging met een andere Nicolaas, uit de buurt, die abt van een klooster was te Sion.
Nicolaas werd geboren als zoon van vrome en welgestelde Grieks-christelijke ouders, maar raakte op jonge leeftijd wees toen zij stierven tijdens een epidemie. Hij erfde een aanzienlijk fortuin, maar koos ervoor het christelijke pad te volgen en zijn rijkdom weg te geven aan de armen, de zieken en de behoeftigen.
De bron van zijn geboorte in Patara is afkomstig van Michael de Archimandriet.
Als typisch monastieke clichés moeten Michaels uitspraken over de christelijke ouders, de christelijke opvoeding van Nicolaas en het feit dat hij gesprekken met vrouwen vermeed, evenals de beroemde anekdote dat hij slechts op woensdag en vrijdag moedermelk dronk, worden beschouwd. Ze maken allemaal deel uit van de spirituele en morele vermaningen van het orthodoxe kloosterleven. Zijn geboorte in Patara, honderd kilometer ten westen van Myra, kan echter historisch worden onderbouwd. Het zou voor de inwoners van Myra immers niet interessant zijn om een traditie in stand te houden die hun stad geen prestige opleverde.
De legende van de drie bruidsmeisjes
Er wordt gezegd dat in Patara een wanhopige vader, zonder financiële middelen om voor een waardige bruidsschat te zorgen, op het punt stond zijn drie dochters te prostitueren.
In een tijd waarin ellende en onrecht eindeloos leken te zijn, leek het lot van meisjes duidelijk te zijn. Maar toen kwam Nicolaas tussenbeide met zijn gulle hart en zijn rechtvaardige geest. De heilige, die altijd een symbool van hoop en bescherming is geweest, besloot te handelen. 's Nachts naderde hij het huis van zijn vader en gooide zonder opgemerkt te worden, tot drie keer toe voor elk meisje zakken vol goud door het raam. Met dat gebaar redde hij de drie meisjes van hun trieste lot, waardoor ze een leven vol waardigheid en hoop konden leiden.
Ofschoon vaak wordt gedacht dat Nicolaas bij deze legende al bisschop was, en vaak ook zo in de kunst wordt afgebeeld, mogen we ervan uitgaan dat hij gewoon een christenleek was. Hij gebruikte het geërfde vermogen om diaconaal actief te zijn.